De dagelijkse dingen rond het huis
.
Toen mijn moeder onlangs stierf
dacht ik: nu kan ik een gedicht maken over de dood.
Dat was onvergeeflijk.
Toch heb ik mezelf al vergeven
zoals een zoon, die na aan het hart
van zijn moeder lag, dat doet.
Ik keek in de kist
en dacht aan de tijd die ze leefde,
hoeveel levens er zijn
in de verzachtende staat van het geheugen.
Er is geen gemakkelijke manier
het verdriet te verlichten,
maar ik herinnerde me mijn tiende levensjaar,
1977, nog voor de aarde
haar blouse losknoopte.
Bedeesd vroeg ik mijn moeder
of ik haar borsten mocht zien
en ze nam me, zonder preutsheid of gêne,
mee naar de badkamer
waar ik naar haar boezem staarde
en verdere vragen inslikte.
Nu, jaren later, vertelt iemand me
dat gezwellen die nooit moederliefde kenden
gedoemd zijn te mislukken en ik, een gezwel,
voel me opnieuw gezegend. Wat een geluk
een moeder te hebben gehad
die me haar borsten toonde
toen meisjes van mijn leeftijd
op verre afstand verbleven.
Wat een geluk
dat zij me niet met te veel
of te weinig verpestte.
Had ik gevraagd om aan te raken,
te ruiken,
wat zou ze hebben gedaan?
Moeder, dode vrouw,
die mij toestaat
makkelijk van vrouwen te houden,
dit gedicht
is gewijd aan waar het ophield,
de onvolledigheid
was voldoende;
hoe je je blouse dichtknoopte,
en verder ging met de dagelijkse dingen
rond het huis.
.
Hemelsbreed
Hoe dichter hij de dingen bestudeert, hoe verder weg ze lijken.
Aan het avondmaal, na een zware dag in het universum, ziet hij zichzelf struikelen
door zijn voedsel. Zijn eigen hand zwaait hem toe vanachter een bonenberg.
Sterren en planeten dansen met de atomen rond zijn vingertoppen.
Na een zware dag in het universum, tuimelt hij door zichzelf, vliegt door de illusoire
sterrenhoop van zijn eigen hart. In het gezelschap van zijn kat, voelt het alsof
hij afdaalt door een grenzeloze reeks van ongerijmde spinhuizen.
Vanmorgen, toen hij de krappe bezemkast der protonen betrad, speurend naar nucleonen,
opende zich een immens portaal. Het portaal veranderde in een laagland – de toendra’s
van Mongolië! Hij zag manvolk langs de rivier netten binnenslepen, flauwtjes verzen
prevelend voor hun dagelijks brood. Het was niet dat hij verlangde naar die oude wet
der zwaartekracht, hoewel iets van eenvoudigheid en simpele gravitatie
geruststellend zou zijn. Iets van die goeie ouderwetse tegengestelde krachten.
En het was niet dat hij niet geleerd had te balanceren op deze paradoxale zwikzwak.
Het was iets wat hij zag in de ogen van zijn kat – die onmetelijke zwarte gaten,
het gevangen licht in het midden.
.
‘t Serum
Iedereen heeft z’n prijs,
niet te kwantificeren in valuta.
Zodra mijn hypodermische naald
je ader te grazen nam,
maakte jij de jouwe bekend
Veel was het niet
dus hield ik de entstof een moment
langer in.
II
Je zag ratelslangen paren ergens in Atacama,
geklost als touw, teder in de greep
van instinct en liefde.
Inca’s zeggen dat dit inzicht
een tweede inzicht verschaft:
Je zag je slachtofferschap
als een krom metalen kruis
in de holte boven je borstbeen,
koud, verroest door angst,
bungelend aan een ketting
van ongelukkig
toeval.
Zelfkennis
is linke soep
en kan niet worden opgediend
door slechts een enkele visie.
III
Sprak een profeet met een bord voor zijn kop:
“Om te gaan staan voor iets,
laten we zeggen protesteren tegen abortus,
het herdenken van de holocaust,
het niet eens zijn met landbouwsubsidies
of de campagne tegen kaalslag,
helpt afgekapte geesten eraan herinneren
dat tolerantie geen deugd is, maar beleefdheid -
zoals het negeren van iemands lichaamsgeur
in een lift – dat maakt het alleszins moreel om te zeggen:
“Ik begrijp en accepteer wat je doet
maar ik vind het volkomen weerzinwekkend.”
Zalig zijn zij die hun doel vonden:
gratis harddrugs, behoud van historische gebouwen,
het gevecht tegen kanker en de hennepteelt:
“Hetgeen we rechtvaardigen en veroordelen
hernieuwt onze passie voor goedheid
of die nu misplaatst is of niet.”
Onder het bord
beweegt een wereld
van ouwe wijven
die koper jatten uit leegstaande percelen.
IV
De maagpijn van de jeugd,
supercafélatte
sociale melancholie
vastgepind met bodypiercings
aan de vorige generatie
zwart spookachtig vel
in afwachting van een begrafenis.
Je moet keelkanker hebben
om voor ze te zingen.
Pijn werkt troostend.
Gezegend zijn de zuiveren
opgezweept door rotte klieren.
V
Op zoek naar rustiger vaarwater
zat je gespannen achter je PC
dromend van Bora Bora
en stranden van Dubai,
toen je plotseling hoorde:
Schapen, lees mijn woorden,
mijn woorden staan op internet.
Was het stemmetje in je hoofd of erbuiten?
Er kwam geen internetpredikant
om het te verklaren, en jij huilde als een zondaar
denkend dat je Jezus was.
Maar iedereen is zijn eigen Jezus,
en dit werd jou kennelijk te veel.
Ik injecteerde je met het tegengif
uit medelijden voor de leugens
die je nodig acht om je leven draaglijk te maken.
.
Overlast
Hij:
diefstal met braak
diefstal met geweld
poging tot diefstal
brandstichting en diefstal met braak
brandstichting en diefstal met geweld
poging tot brandstichting
autodiefstal
graffiti en vernieling
Zij:
verspreiden porno en pikante mails op werk
poging tot aanranding
opzettelijk verwonden van een politiebeambte
verzet bij arrestatie
Hij:
flessentrekkerij
poging tot flessentrekkerij
gewapende roofoverval
poging tot gewapende roofoverval
bezit van gestolen goederen (heling)
Zij:
poging tot moord
doodslag
valsheid in geschrifte en witwassen
moord met voorbedachten rade
zware mishandeling
Hij:
openbare zedenschennis
orale penetratie van andere sekse
vaginale penetratie van andere sekse
anale penetratie van zelfde sekse
poging tot verkrachting
verkrachting
ontucht
incest
aanranding van vrouw
aanranding van man
seks met dieren
verspreiden van kinderporno
Zij:
gevaar voor leven of gezondheid van derden
onweerstaanbare drang tot vernieling van andermans eigendom
dronkenschap
verstoring van de openbare orde
overlast
.
Een nucleaire winter
De aarde werd blauw toen de hemel in stukken viel.
Bomen, woningen, de auto’s en bussen
absorbeerden de hemel en kleurden blauw
van buiten naar binnen, van achter hier en ginds.
Kinderen renden opgewonden in ouderlijke richtingen.
Mijn vrouw, stijlvol in blauw, nam mijn hand en voer me,
met verdriet in haar diepblauwe kijkers, achter het huis
langs de helling de bossen in:
we ploeterden door blauwe sneeuw tussen blauwe bomen.
Een oplichtende blauwe kraai vloog van een tak en een vos
begroef zich in onze verse sporen, likte zijn blauwe vacht
met melancholische oogopslag.
De jaren op deze aarde gingen snel voorbij.
We kregen in die tijd twee kinderen, de zoon en dochter
waarvan we altijd al droomden, en zij knielden boven ons
als twee granieten beelden, spookachtige figuren
biddend tot Gods liefde, en tot hetgeen die verworden was:
Een gezin getroffen door een stralende kleur,
blauw, onder blauwe sneeuw bedolven.
.
Bad der Censuur
De regen valt niet; hij knalt letterlijk uit de hemel.
Niet met bakken, maar met een wind aangedreven
vloedgolf uit pisgevulde latrines.
Het is alsof een reusachtige hemelsgestuurde
turbine van meedogendheid vastbesloten is
onze collectieve monden te overstemmen
met een schoonspoelen van rechtschapenheid.
Waar eens een gevarieerde tuin groeide,
spruit nu ongehuwde minachting van de velden.
Waar vroeger een wedergeboorte van ideeën was
heerst nu de abortieve mentaliteit van censuur.
Een afdrijving van het seksueel gemuteerde;
anachronismen die afwijken polijsten zij
tot een aanvaardbare vorm van literatuur, geschikt
voor de massaconsumptie des eunuchs Abaelardus.
Baden worden leeggegooid, baby’s zijn kraakzindelijk.
.
Het dieet van de grote anti-genieter
“Ze had gelijk. Ik moest iets nieuws vinden.
Er zat maar één ding op.”
Mijn moeder zei het me recht voor z’n raap; Amsterdam wordt je dood,
en ik had gehoord wat dokter Pustjens zei: Wanneer een man moe is
van Amsterdam, is hij moe van het leven, maar ik was al moe van het leven
al elf jaar; Limburg, nooit volledig verlicht,
bracht langzaam de greep van middeleeuwse ontberingen terug
en de laatste tijd spookte er iets wat men pica noemde
(iets dergelijks wanneer een zwangere vrouw de drang heeft om kitkat met piccalilly
te eten of zelfs knapperige losgepeuterde verfschilfers) Ik tetterde graag azijn,
sprenkelde het werkelijk op alles, viel voor vrouwen
die prachtig ongeschikt waren, en verborg me in de steegjes van het koeiengat
samen met een vuistvol patat druipend in het heilig spul
en verpakt in de meest recente, niet laatste, editie van het nrc.next
waarin ik las dat ze in Amsterdam een Chardonnay hadden gevonden
met een boeket van oude wijnbladeren en verzuurde schillen, een body
van vinaigre en geen enkele afdronk van welke aard dan ook; dát gaf de doorslag.
.
De luxe van
Ik verschaf je onderdak,
raspoëet, iconoclast;
want jij schiep
de exceptionele immorele
suggestie van de drol,
zei tegen de ouwe tang
dat ze zichzelf moest palen
in haar hol;
verwierp kunst
en bracht daarmee
jouw waanzin voor de dag.
.
gedicht met inbeelding
dit gedicht kent geen schaamte
het bevat een her- en derwaarts zwervende langharige doedelzakspeler
op een drukke zaterdagochtend in het centrum van de stad
die een hoed heeft neergelegd om centen te vergaren
in de hoed een euro uit montenegro en eentje uit het vaticaan
de noordelijke ijszee en zuidelijke oceaan
schikken nauwkeurig in zijn vouwen
en laten ruimte voor ‘s werelds grootste gebouwen, enkele grafzerken
voetbalplaatjes, wat knuffelberen in een uitstapje naar buiten.. en meer
dit gedicht is ruim genoeg om zonder ontwrichting, de omwenteling van
saturnus te groeperen …het heeft zwarte gaten waarin lezers zijn verdwenen
en nooit zijn teruggekeerd
dit gedicht heeft een welluidende deurbel en zeven driedimensionale kamers
het heeft schilderstukken als ramen, kamerbreedtapijt en airconditioning
maar het heeft geen emotie, geen hart
dit gedicht bevat zeetong; gebakken in boter, peterselie
en wat scheuten citroen
het heeft fallussymbolen en symbolen van de schoot; beelden van dood
en verrijzenis (waarmee briefwisseling niet lukken wil, omdat
ze onvoldoende worden gefrankeerd)
het heeft een onverschrokken kopstuk, dat overledenen cremeert
hetgeen helemaal niets symboliseert,
het heeft plekken tot puin gereduceerd en plekken met gips gerestaureerd
het heeft een ministerskabinet op alcohol geconserveerd
het kent geen schaamte
want de fallussymbolen lijken op die van de schoot en omgekeerd
want de doden denken dat dit leven is, de levenden
hebben porto betaald en zijn nooit teruggekeerd
want zijn lezers hebben een matig concentratievermogen
en raken nu al geïrriteerd
enkelen hebben het reeds opgegeven, en voor de rest
van jullie telt iedere seconde
al weet 1 op de vijftig mensen niets van hartmassage
terwijl hartfalen toch echt doodsoorzaak nummer 1 is
niet zijn eigen tekortkoming doch onomkeerbaar:
dit gedicht heeft geen hart
dit gedicht kent geen eenzaamheid
middels nachten zo bedeesd, zelfs als de straten zwijgen en elk
licht is uitgegaan in het tegenoverliggend appartementencomplex
vertelt het zichzelf; er is geen andere gedicht als ik op de planeet
en het neept met een sprakeloze verlatenheid
aangezien het weet dat het niet zo is;
dat elk gedicht gelijk is, maar het kan ze niet bellen
zelfs niet lokaal
het heeft geen hart, want als een ander gedicht zou bellen
bijvoorbeeld in het holst de nacht, zou het vloeken en ophangen
het is inhoudsloos; het kan geen nattigheid vatten noch dienen
als zeef voor het scheiden van grof en fijn
want het is op zijn fijnst als het grof is en omgekeerd
want het zingt een treurzang zonder treuren en viert zonder vreugde
en als het zich echt verdrietig voelt… zingt het gewoon niet
het is wijs zonder wijsheid en gek zonder gekheid
want het schrijft zijn woorden zonder zin
het praat niet in de lift
want het heeft door de ruimte gewandeld en nooit door hondenpoep
het heeft zijn seksuele fantasieën waargemaakt en nooit zijn zelfmoordneiging
het geeft de voorkeur aan fantasie en wordt dus onverhoopt genomen door de dood
want het scheurt ‘s nachts hard door de stad
op zoek naar andere gedichten… en ramt ze
want dit is een gedicht met gedeukte roestige bumpers
een vetrijk gedicht; resistent tegen parasieten
bestrijdingsmiddelen, accu-zuren
een gedicht met zeven koppen koffie, drie asbakken en een berg vuile kleding
een gedicht met doedelzakken, pimpelpaarse leren schotse rokjes
en een éénsnarig elektrisch tennisracket
maar géén hart
dit gedicht is een schoen zonder zool
geschreven in de vouwen van het geplooide leer
waterdicht en gewatteerd
een gedicht met slechts een hoefijzer voor bescherming en geluk
een gedicht dat zegt dat het bedacht is op het uiterste en denkt
wie kapot gaat heeft ongeluk; vergeetachtigheid een hapering
in zijn geheugen (let wel: niet omgekeerd!)
een gedicht dat ongezien door het heelal stapte, ongeïnteresseerd
en alsnog ruimte heeft voor meerdere doedelzakken, voor een draagbaar
toilet gewikkeld in tape, voor de godganse planeet
het totale metrisch stelsel
in de zwarte gaten: de sikkelvormige manen van een vingernagel
de maan zelve (die vol is) en alle bijplaneten van saturnus
een gedicht met ruimte voor telkens meer
want dit gedicht is een hoefijzer
uiteinden hemelwaarts gecentreerd
voor het aantrekken van vallende engelen
.
Viagra en condooms zijn een must
.
Een symposium van uiteenlopend pluimage
heeft zich collectief vereend om te proeven
en te genieten van zowel de bittere als zoete
heterogene vruchten van esthetische arbeid
inherent aan het beperkte perspectief
van een duistere kronkel in iemands psyche.
Het is moeilijk te omvatten, deze stelselloosheid,
laat staan de redeloze afwezigheid van logica
die welig tiert in deze kringen van periferie
en trekjes vertoont van misvormde aspecten
vereffend door de stigmata van het interne oog.
Wat dit in godsnaam allemaal betekent?
Lees de titel maar opnieuw.
.